De IMT is een onafhankelijke predictieve factor voor vasculaire events. Bovendien kunnen bepaalde patiënten die volgens de Framingham-schaal tot de groep met een gemiddeld risico behoren, worden heringedeeld bij een groep met een lager of hoger risico. De IMT kan de behandeling dus beïnvloeden.
De dikte van het intima-mediacomplex is gecorreleerd aan de conventionele en nieuwe risicofactoren, alsook aan de andere atherosclerosebeeldvormingstechnieken.
Er wordt duidelijk een verband vastgesteld tussen de IMT en/of de aanwezigheid van carotisplaques en de klassieke cardiovasculaire risicofactoren (leeftijd, arteriële hypertensie, diabetes, hyperlipidemie en roken)...
Tijdens zijn invited lecture The Gut Microbiota in the Pathogenesis of Obesity tijdens de sessie van de BeSPGHAN (Belgian Group of Pediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition) ter gelegenheid van de Belgian Week of Gastroenterology 2012 besprak prof. Cani (Université Catholique de Louvain) gegevens uit de voornaamste experimentele studies omtrent darmflora in de context van type 2-diabetes en obesitas. Hieronder een samenvatting.
De twee klinische scenario's waarin een meting van de IMT het duidelijkste voordeel zou bieden zijn die van een patiënt met een gemiddeld risico (10-20% op 10 jaar) of die van een jonge patiënt met één risicofactor, die volgens de Framingham-score een laag risico loopt (< 10% op 10 jaar).
“The Belgian Society of Cardiology (BSC) is the scientific society of Belgian cardiologists promoting research and education in the field of cardiology, though its own work and that of its nine specialised working groups. The BSC organises a major scientific meeting at the end of January/beginning of February each year. The 31st meeting took place on the 2nd and 3rd of February 2012. As part of a new cooperative agreement with RMN, publisher of VCP-BHL, a record of the congress in the form of filmed interviews with key speakers can be seen via links on both websites. You are cordially invited to view the film by clicking here. More information about all aspects of the BSC, including how to become a member, can be found on our website: www.bscardio.be.”
Een meting van de dikte van het intima-mediacomplex kan bijdragen tot een verfijning van de cardiovasculaire risico-evaluatie bij geselecteerde patiënten, in het bijzonder bij patiënten die een laag tot matig risico lopen. Het is een onafhankelijke risicofactor voor vasculaire events, waarmee het therapeutische beleid kan worden geoptimaliseerd.
De laatste jaren werd er veel vooruitgang geboekt op het gebied van diagnostische en therapeutische endoscopie. Endoscopie neemt nu een belangrijke plaats in bij de behandeling van acute pancreatitis en de complicaties ervan. Tijdens de Belgian Week werden meer gegevens gepresenteerd over chronische pancreatitis en werd het initiatief aangekondigd dat de Belgian Pancreatic Club heeft genomen betreffende pancreaskanker. Tekst en uitleg door professor Pierre Deprez (Cliniques Universitaires Saint-Luc, Brussel) en professor Olivier Le Moine (Erasmusziekenhuis, Brussel).
Patiënten met de ziekte van Crohn kunnen darmkanker krijgen, maar het risico is misschien minder groot dan we zouden denken. We kennen immers steeds beter de invloed van een proctocolectomie op de incidentie (en mortaliteit) van darmkanker, de endoscopische screening- en toezichtsprogramma’s zijn beter uitgewerkt en we kunnen chemopreventie doorvoeren. “Deze maatregelen zijn echter pas optimaal als we ze beter integreren in de dagelijkse praktijk”, zegt Denis Franchimont (ULB). Een samenvatting.
"Naast het menselijk genoom is ook het microbioom erg belangrijk gebleken met betrekking tot de manier waarop we op bepaalde ziektes reageren enerzijds en het ontstaan van bepaalde aandoeningen anderzijds", begon prof. Veereman haar invited lecture IBD and probiotics tijdens de sessie van de BeSPGHAN (Belgian Group of Pediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition). "De manier waarop onze cellen interageren met endogene bacteriën zou verantwoordelijk zijn voor een zekere dysbiose en tevens cruciale invloed hebben op de ontwikkeling van inflammatie. Het gaat hier om een multifactorieel gegeven, waarbij naast kolonisatie, vaccinaties en infecties op jonge leeftijd een invloed kunnen hebben. Ondertussen ontstond ook het concept dat multipele noodzakelijke factoren in bepaalde combinatie en volgorde aanwezig moeten zijn om het risico op een bepaalde ziekte te creëren."
De laatste sessie van het jaarlijkse congres van de SBC behandelde een aantal controverses in de cardiologie. Zo werd de vraag gesteld of mitralisregurgitatie beter wordt behandeld met chirurgie of met een invasieve aanpak via bijvoorbeeld de implantatie van een MitraClip®, waarvan Jan Van der Heyden (Nieuwegein, Nederland) en Ivo De Bleir (ZNA Middelheim, Antwerpen) de voor- en nadelen bespraken. Dit verslag gaat in hoofdzaak over de spreekbeurt van prof. Luc Piérard (CHU de Liège, ULg) die uitlegde dat een grondig pathofysiologisch inzicht en een adequate diagnostische evaluatie van de stoornissen die aan de basis liggen van mitralisregurgitatie, dé sleutel zijn voor een optimale therapeutische benadering.
“We kunnen het consortium tussen gastheer en darmflora beschouwen als een soort van superorganisme, met mogelijk een belangrijke invloed op onze gezondheid.” Op deze manier begon dr. Vael zijn invited lecture Asthma and the intestinal microbiota tijdens de sessie van de BeSPGHAN (Belgian Group of Pediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition). Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de link tussen darmflora en gastheerimmuniteit.
Tijdens de Teaching Session II van dit congres werden een aantal aspecten in verband met aortastenose uitvoering besproken door Johan Bosmans (UZ Antwerpen), Jean-Louis Vanoverschelde (UCL Brussel), Luc Piérard (CHU de Liège) en Jean-Luc Monin (CHU Henri Mondor, Parijs). Zowel de invasieve beoordeling via hartcatheterisatie als de echocardiografische evaluatie van de ernst van de aortaklepstenose en de transvalvulaire drukgradiënt waren centrale thema’s tijdens deze voordrachten onder voorzitterschap van Nico Van de Veire (Campus Maria Middelares, Gent) en Bernard Cosyns (CHIREC Braine-l’Alleud en UZ Brussel).
De helft van de patiënten met cirrose ontwikkelt slokdarm- of maagvarices. De sterfte aan bloeding uit die varices bedraagt 15 tot 20% na zes weken. De behandeling tijdens de acute fase en de preventieve maatregelen zijn van essentieel belang.
Genetische factoren spelen een belangrijke rol in de pathogenese van hepatocellulair carcinoom. Ze zijn complex maar steeds beter omschreven, wat helpt bij de beoordeling van de prognose. Voor de stadiëring kunnen verschillende beeldvormingstechnieken worden gebruikt om de therapeutische benadering beter te kunnen bepalen. Momenteel worden een aantal pistes onderzocht om meer patiënten in aanmerking te laten komen voor transplantatie, maar die roepen nog enkele vragen op. Sorafenib is de hoeksteen in de behandeling van gevorderd hepatocellulair carcinoom.
Er wordt vaak van uitgegaan dat patiënten met cirrose een hoger risico op bloedingen lopen. Maar recente gegevens stellen dit concept in vraag. Ze wijzen uit dat in geval van cirrose afwijkende conventionele coagulatietests niet noodzakelijk wijzen op een stoornis in de hemostase. Het delicate evenwicht tussen stollingsfactoren en antistollingsfactoren kan de balans zowel naar bloedingen als naar trombose doen overslaan.
Paul Dendale (Jessa Ziekenhuis Hasselt) pleit voor een herziening van de Belgische wet die beroepschauffeurs verhindert om hun werk te hervatten minder dan 3 maanden na een infarct... (VIDEO)
De indicaties voor dringende coronarografie zijn nauw verbonden met de aanbevelingen voor coronaire reperfusiestrategieën bij patiënten met acuut coronair syndroom. Een invasieve dringende strategie is de keuzebehandeling voor patiënten met ST-elevatie myocardinfarct. Zonder contra-indicatie blijft intraveneuze trombolyse een waardig alternatief voor angioplastiek binnen drie uur na de eerste symptomen, aldus de ESC in 2008. Geldt dat ook nog vandaag?
Aortaklepaandoeningen liggen aan de oorsprong van heel wat cardiale chirurgische ingrepen... Een interview van Bernard Cosyns (CHIREC Eigenbrakel & UZ Brussel). (VIDEO)
De nieuwe aanbevelingen van de ESC voor de behandeling van infarct zonder permanente ST-elevatie, werden in avant-première gepubliceerd op de website van het European Heart Journal (1). Ze bevatten enkele grote wijzigingen. Christan Hamm, chairman van de Task Force, vat de belangrijkste voor ons samen.
MRI is onmiskenbaar de gouden standaard in de evaluatie van het volume en de functie van de rechterhartkamer (Bernard Paelinck, UZ Antwerpen). Ook echografie is nog steeds nuttig... Een interview van Werner Budts (UZ Leuven). (VIDEO)
Aandoeningen van de aortawortel komen vaak voor – vrijwel elke cardioloog krijgt er ooit mee te maken. Een interview van Nico Van de Veire (AZ Maria Middelares Gent - VUB). (VIDEO)
Zoals Angela Maas (Isala Klinieken, NL) aantoonde, onderscheiden cardiovasculaire ziekten bij vrouwen zich van die bij mannen op heel wat vlakken, zoals op het vlak van fysiopathologische mechanismen, de wijze waarop ze tot uiting komen, de behandeling en de prognose. Interview met Catherine De Maeyer (UZ Antwerpen). (VIDEO)
Bij 8,6% van de patiënten met een hartinfarct (van wie 29% na de opname in het ziekenhuis) (1), treedt cardiogene shock op, vooral als gevolg van linkerventrikeldisfunctie (2). Gelukkig is de mortaliteit door deze zeer ernstige complicatie de laatste tien jaar aanzienlijk gedaald, waarschijnlijk omdat er veel vaker percutane revascularisatieprocedures (PCI) worden toegepast (3). Uitleg van prof. Christiaan Vrints (Universiteit Antwerpen) en prof. Paul Dendale (Virga Jesse Hasselt).
Cardiovasculaire aandoeningen zijn, met een ruime voorsprong op kanker, de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen wereldwijd (Figuur 1) (1). De frequentie van cardiovasculaire overlijdens blijft bij vrouwen constant, terwijl deze bij mannen afneemt (2). Erger nog, het verschil in prevalentie van myocard tussen mannen en vrouwen wordt steeds kleiner (3). Hoe komt dat en wat kunnen we eraan doen? Samenvatting van de presentaties van Angela Maas (Zwolle, Nederland), Sofie Gevaert (UZ Gent) en Agnès Pasquet (UCL).
Het Belgische STEMI-register is het eerste prospectieve register dat ook patiënten registreert uit niet-PCI-centra. De deelname aan dit register verhoogt de naleving van de Europese aanbevelingen en verbetert significant de cijfers voor primaire angioplastiek, ook in de niet-PCI-centra. Bijgevolg is de totale mortaliteit in de beide soorten centra nagenoeg identiek. Dr. Marc Claeys (Universiteit Antwerpen) legt uit waarom. (+ VIDEO)
Tijdens een symposium getiteld ‘Can we tackle atrial fibrillation?’, onder voorzitterschap van Georges Mairesse (CSL Arlon) en Yves Vandekerckhove (AZ Sint-Jan Brugge) werden de huidige behandelingsmogelijkheden van atriale fibrillatie besproken. In dit eerste deel bespreekt prof. Luc De Roy (Brussels Heart Centrum, CHU Mont-Godinne) de medicamenteuze antiaritmische behandeling, terwijl prof. Alaaddin Yilmaz (St. Antonius Hospital, Nieuwegein, Nederland) de nieuwe transthoracale chirurgische ablatietechniek voorstelt. In een tweede deel van dit artikel zal de percutane transveneuze ablatie worden toegelicht door Mattias Duytschaever (AZ Sint-Jan Brugge) en zal Johan Vijgen (Jessa Ziekenhuis, Hasselt) bespreken welke de therapeutische opties zijn voor de individuele patiënt.
In dit tweede deel van het symposium getiteld ‘Can we tackle atrial fibrillation?’, onder voorzitterschap van Georges Mairesse (CSL Arlon) en Yves Vandekerckhove (AZ Sint-Jan Brugge) bespreekt Mattias Duytschaever (AZ Sint-Jan Brugge) de percutane transveneuze ablatie als therapeutische optie bij de behandeling van atriale fibrillatie. Om de therapeutische aanpak en opties te verduidelijken, maakt Mattias Duytschaever gebruik van een schema met drie niveaus, namelijk ‘lone’ idiopathische paroxysmale atriale fibrillatie, matig ‘structurele’ atriale fibrillatie en ‘gevorderde’ structurele atriale fibrillatie.
Naast de soms erg technische uiteenzettingen van Patrick Evrard (CHU Mont-Godinne Yvoir: mechanische assistentie bij acute IC), Yves Vandekerckhove (AZ St Jan Brugge, CRT: the electrophysiologist’s viewpoint ), Wilfried Mullens (ZOL Genk: the echocardiographer’s viewpoint) en Anna Stromberg (Linköping: HF Clinics), legde David Raes vooral de nadruk op de noodzaak van een multidisciplinaire aanpak... (VIDEO)
De meest recente aanbevelingen van de ESC op het vlak van acuut coronair syndroom zonder ST-segmentverhoging werden voorgesteld tijdens het laatste jaarlijkse congres van de vereniging. Een interview met Prof. Frans Van De Werf (UZ Leuven). (VIDEO)
De sessie bestond uit twee debatten: in het eerste debat kwamen Jan Van der Heyden (Nieuwegein, NL) en Ivo De Blier (ZNA Middelheim Antwerpen) tegen elkaar uit over de percutane behandeling van mitralisinsufficiëntie. In het tweede debat ging het er iets heviger aan toe. Een gesprek met Frank Van den Branden (ZNA Middelheim Antwerpen). (VIDEO)
Op het vlak van ablatie is heel wat vooruitgang geboekt. De vraag is dan ook welke plaats antiaritmica nog hebben in de behandeling. Tijdens het debat georganiseerd naar aanleiding van de meeting van BeHRA konden de verschillende aspecten van dit thema, waaronder zeker ook het standpunt van de patiënt, worden besproken.
Het is soms moeilijk te bepalen of bepaalde elektrocardiografische tekens verband houden met sportbeoefening, dan wel wijzen op een pathologie. Tijdens het laatste congres van de BeHRA (Belgian Heart Rhythm Association) overliep Sanjay Sharma (Londen, Verenigd Koninkrijk) enkele aspecten van deze soms moeilijke, differentiële diagnose.
Darexaban is een factor Xa-antagonist die de aanmaak van trombine blokkeert. Het risico op wisselwerkingen met andere geneesmiddelen is klein. Darexaban is dan ook doeltreffend in de preventie van trombo-embolie en cerebrovasculaire accidenten bij patiënten met voorkamerfibrillatie.
In de CRISP AMI-studie, waarvan de resultaten werden voorgesteld door Manesh Patel (Durham, Verenigde Staten), werd het nut geëvalueerd van intra-aortale balloncontrapulsatie in de acute fase van een anterieur infarct zonder cardiogene shock, voor primaire angioplastiek, met als doel de omvang van het infarct te beperken.
In de EXAMINATION-studie (a clinical Evaluation of Xience-V® stent in Acute Myocardial INfArctION), waarvan de resultaten werden voorgesteld door Manel Sabaté Tenas (Barcelona, Spanje) werden de werkzaamheid en de veiligheid geëvalueerd van een stent van de tweede generatie (Xience V®) in de acute fase van myocardinfarct met ST-segmentverhoging. Deze stent werd vergeleken met…
Vergeleken met naakte stents zijn drug-eluting stents van de eerste generatie geassocieerd met een verhoogd risico op zeer tardieve trombose. Het doel van de ‘Bern Rotterdam’ cohortstudie, die werd voorgesteld door Lorenz Räber (Bern, Zwitserland) had als doel om na te gaan of de nieuwe everolimus-eluting stents op dit vlak winst opleveren.
“De duur van dubbele antiaggregatie is enerzijds afhankelijk van de indicatie voor de angioplastiekprocedure en anderzijds van het type stent dat wordt gebruikt”, aldus Marco Valgimigli (Ferrara, Italië). In het geval van een drug-eluting stent bedraagt de aanbevolen duur 6 maanden tot 1 jaar volgens de Europese experts en ten minste 1 jaar volgens de Amerikaanse experts. De tekst van de aanbevelingen is echter wat vaag en soms tegenstrijdig.
Bij het voorschrijven van insuline is er altijd een zekere vrees dat het lichaamsgewicht van de patiënt zal toenemen, wat uiteraard niet gewenst is door de patiënt of de clinicus…
Er wordt veel onderzoek verricht naar de mogelijke bijwerkingen van de nieuwe geneesmiddelen tegen diabetes die de laatste jaren op de markt kwamen. Tijdens een onderzoek naar de mogelijke cardiovasculaire risico’s in studies met DPP-4 inhibitoren, bleek tot verrassing van de onderzoekers dat de gliptines mogelijk het hart beschermen…
Tijdens het EASD congres werden twee studies voorgesteld over biomarkers geassocieerd met cardiovasculaire aandoeningen en mortaliteit bij patiënten met type 2 diabetes, nl. antioxidans peroxiredoxin-4 (Prx4) en inflammatoir eiwitresistine.
Tijdens het congres werden twee studies voorgesteld over de doeltreffendheid van de renale sodium-glucose co-transporter-2 (SGLT2) inhibitoren bij diabetes. De natriumdependente glucose co-transporter is een transportsysteem dat vooral in de renale proximale tubuli actief is…
Zoals Thomas Mandrup-Poulsen (Kopenhagen, Denemarken) toelichtte, baseren sommigen hun onderzoek op het concept dat de fysiopathologie van diabetes type 1 de interventie impliceert van cytotoxische T-lymfocyten. Die zijn in staat om contact te maken met de bètacellen en kunnen ze vervolgens vernietigen. Jammer genoeg zijn de precieze mechanismen van dit contact tussen cytotoxische T-lymfocyten en bètacellen nog niet volledig opgehelderd.
“Ze zijn nu al met 366 miljoen!” Volgens de laatste cijfers van de International Diabetes Federation (IDF) lijden momenteel zo’n 366 miljoen mensen wereldwijd lijden aan diabetes. Hun aantal loopt dus nog steeds op...
De prevalentie van COPD varieert sterk van land tot land in Europa, waar 75% van de gevallen niet tijdig wordt gediagnosticeerd. In dit kader, en gezien de medische en economische gevolgen van deze vaststelling, heeft de Europese Vereniging voor Pneumologie (ERS) in opdracht van haar voorzitter, Prof. Marc Decramer (KULeuven) een audit van COPD opgezet (www.erscopdaudit.com).
Of je nu in een sterk verontreinigde verkeersas woont, door Londen fietst of in een vochtige vallei verblijft, het blijft niet zonder gevolgen voor de luchtwegen. Hetzelfde geldt voor alcoholgebruik. Een uittreksel uit enkele epidemiologische studies…
Prof. OIivier Vandenplas (Mont-Godinne) stelde de resultaten voor van de meta-analyse over beroepsgebonden astma die hij net had voltooid. Hij wees er in de eerste plaats op dat door de werknemer in contact te houden met het allergeen, de symptomen slechts zelden (7% van de gevallen) verbeteren en de bronchiale hyperreactiviteit nooit verdwijnt. Evictie (vermijding) geeft verbetering in respectievelijk 34% en 19% van de gevallen. “Wat positief is, maar nog steeds heel zwak”, aldus Olivier Vandenplas. De vraag rijst dan ook of een farmacologische behandeling nut heeft in het geval van evictie...
Roken, de voornaamste oorzaak van COPD, veroorzaakt lokale pulmonale, maar ook systemische effecten (zoals ontsteking, atherosclerose, myopathie en osteoporose). “Betekent dit dat COPD een systemische ziekte is?”, vraagt Guy Brusselle (UniversiteitGent) zich af. “Voor het antwoord op deze vraag moeten we even dieper ingaan op de immunologie.”
Van drie monotherapieën is de superioriteit ten opzichte van placebo duidelijk aangetoond: nicotinesubstitutie, ongeacht welk type (RR = 1,58), bupropion (RR = 1,69) en varenicline (RR = 2,31). “Maar nog steeds faalt de behandeling geregeld, reden te meer waarom combinatiebehandelingen een meerwaarde kunnen bieden”, licht Philip Tønnesen (Gentofte, Kopenhagen) toe. “Dit geldt in het bijzonder voor zeer afhankelijke rokers, patiënten die meerdere keren hervallen, rokende COPD-patiënten, patiënten die lijden aan longkanker, astmapatiënten of patiënten die wachten op een transplantatie.” Er zijn verschillende combinaties beschikbaar voor deze patiënten…
Het doel van ARISTOTLE, een studie van fase 3, was om apixaban, een inhibitor van factor Xa te vergelijken met warfarine in de preventie van CVA's en systemische embolieën bij patiënten met voorkamerfibrillatie en een hoog risico voor CVA. De resultaten werden voorgesteld door…
Het is moeilijk om de rol van triglyceriden te interpreteren. De Woman’s Health Study wijst op een significant effect van postprandiale triglyceriden op het risico op CVA en infarct. Volgens andere studies verdwijnt dit verband na aanpassing. Fundamenteel onderzoek wijst uit dat triglyceriden atherogeen zijn als dusdanig en ook door de toxiciteit van de lipolyseproducten en de wisselwerkingen tussen deze producten en het metabolisme van glucose en insuline...
Het percentage voorschriften voor de belangrijkste geneesmiddelen in de secundaire cardiovasculaire preventie schommelt – op wereldniveau – tussen 14% voor statines en 25% voor antiaggregantia. Voor bètablokkers en statines is de toestand al niet veel beter, hoewel in landen met een hoog inkomen cijfers worden bereikt van respectievelijk 40% en 66,5%. Deze gegevens uit de PURE-studie…
Na het ongelukkige nieuws over torcetrapib, het eerste product van deze klasse waarvan de ontwikkeling was stopgezet omwille van een toename van de mortaliteit ondanks een verhoging van de HDL met 70%, werd met enige terughoudendheid uitgekeken naar de resultaten van studies naar andere moleculen uit deze klasse…
Tot voor kort was nog van geen enkel geneesmiddel aangetoond dat het doeltreffend was in de secundaire preventie van recidieven van acute pericarditis, die optreden in 15 tot 35% van de gevallen, of zelfs in 50% van de gevallen als de patiënt al een recidief heeft gehad. Dat colchicine heel wat potentieel heeft, was al aangetoond in monocentrische empirische studies. Een evaluatie van dit product in een dubbelblinde, gerandomiseerde, multicentrische, prospectieve studie lag dan ook voor de hand. Massimo Imazio (Torino) deed dit in CORP (COlchicine in Recurrent Pericarditis)…
De EURTAC-studie is de eerste Europese studie van fase III, specifiek voor NSCLC-patiënten met EGFR-mutatie, waarin erlotinib wordt vergeleken met een combinatie op basis van platinazout in de 1ste lijn bij gemetastaseerde kanker…
De voordelen van switch maintenance, waarbij met een nieuw geneesmiddel wordt begonnen voor progressie en net na de inductiebehandeling, zijn bewezen. Zo ontstond een debat over het mogelijke belang van continuation maintenance…
Het Lung Cancer Mutation Consortium (LCMC) werd opgericht door het Amerikaanse NCI en wordt geleid door Mark Kris (Memorial Sloan-Kettering Cancer Center, New York). Het is een heel erg interessante prospectieve studie omwille van…
In een sessie over vrouwelijke kankers kwam de interessantste preventiestudie ter sprake…
MET kan per ongeluk worden geactiveerd bij verschillende kankers, zoals long-, borst- (gemetastaseerd), nier- en maagkanker, door diverse mechanismes. Het gaat hier meer bepaald over…
Translocaties van EML4-ALK werden voor het eerst vastgesteld in 2007, bij ongeveer 5% van de primitieve pulmonaire adenocarcinomen. Het vaakst bij…
BHL Vol. 30 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...