Meer dan 90% van de patiënten met een ernstig astma heeft waarschijnlijk een eosinofiel fenotype, dat gekenmerkt wordt door ontsteking van de luchtwegen en eosinofilie. Biologische geneesmiddelen gericht tegen stoffen die een sleutelrol spelen bij eosinofiele ontsteking verminderen de symptomen, het risico op astma-aanvallen en de nood aan orale corticosteroïden bij patiënten met een refractair ernstig astma.
Volgens het Center for Disease Control (CDC) is astma een risicofactor om ernstig ziek te worden als gevolg van een besmetting met COVID-19. Dat lijkt inderdaad logisch. Toch werden in de reeks casussen uit China astma en luchtwegallergie niet als significante risicofactoren voor ernstige COVID-19-ziekte geïdentificeerd.
In dit artikel beschrijven we het standpunt van de werkgroep Asthme et Allergies van de SPLF (Société de Pneumologie de Langue Française; splf.fr) over de behandeling van astmapatiënten tijdens de COVID-19-epidemie.
De resultaten van twee studies die werden gepresenteerd op de ATS zouden de behandeling van licht astma weleens kunnen veranderen.
Astma is een chronische luchtwegaandoening waarbij verschillende ontstekingsmechanismes betrokken zijn. De fenotypering van astma naargelang de ontsteking van de luchtwegen maakt het mogelijk om de behandeling te kiezen die het best bij de patiënt past.
In een recent hoofdartikel in de European Respiratory Journal bespraken Matthew Martin en Tim Harrison of het tijd is om kortwerkende bèta-agonisten (SABA’s) via inhalatie vaarwel te zeggen voor de behandeling van astma.
Hoewel de meeste astmapatiënten efficiënt kunnen worden behandeld met de momenteel beschikbare geneesmiddelen, blijft een omvangrijke subgroep patiënten (ongeveer 20% van de patiënten) toch moeilijk te behandelen.
Virale infecties en allergieën zijn belangrijke en synergetische risicofactoren voor exacerbaties bij astmapatiënten. Anderzijds zijn er weinig gegevens die de hypothese ondersteunen dat allergieën bij astmapatiënten het risico verhogen op bacteriële luchtweginfecties die antibiotica vereisen.
De incidentie van astma daalt boven 1.500 meter.
Steeds meer studies tonen aan dat er een verband bestaat tussen astma en obesitas. De prevalentie van die twee chronische aandoeningen in de wereld blijft de laatste decennia stijgen en obesitas treft nu ook almaar jongere mensen. Naast het mechanische effect van obesitas is er ook een chronische laaggradige ontsteking, die letsels van de longweefsels veroorzaakt onder invloed van bepaalde genetische en epigenetische factoren...
De auteurs hebben het nut onderzocht van een zelfgids voor respiratoire revalidatie bij astma. Dat blijkt de levenskwaliteit te verbeteren, maar het effect op de longfunctie en de ontsteking is beperkt.
Een fase II-studie toont aan dat tezepelumab, een monoklonale antistof tegen TSLP, het risico op astma-aanvallen verlaagt bij patiënten met een ernstig astma dat slecht onder controle is met inhalatiecorticosteroïden en een LABA.
Een fenotype van atopische dermatitis dat gekenmerkt wordt door optreden van symptomen voor de leeftijd van 2 jaar, correleert met een hoger risico op ontwikkeling van voedselallergie en astma, vooral als de symptomen aanhouden.
Bij de meeste patiënten met een ongecontroleerd astma brengt een optimalisering van de behandeling niet de verwachte resultaten met zich mee. Welke factoren voorspellen dat een optimalisering van de behandeling zal mislukken?
Klinische en laboratoriummarkers van astma bij de ouders vóór de bevruchting voorspellen astma en allergische rinitis bij de kinderen.
Een Amerikaanse groep heeft een prospectief cohortonderzoek uitgevoerd naar het verband tussen het aantal eosinofielen in het bloed en astmagerelateerde evenementen bij patiënten van 12 jaar of ouder met ernstig, ongecontroleerd astma die waren aangesloten bij een gezondheidszorgorganisatie.
Een Noorse cohortstudie heeft de invloed van een hoge inname van foliumzuur tijdens de zwangerschap onderzocht op het risico op astma bij het kind.
De prevalentie van het astma-COPD-overlapsyndroom zou hoog zijn bij patiënten bij wie COPD wordt gediagnosticeerd in de eerstelijnszorg.
Supplementen van polyonverzadigde langeketen-n3-vetzuren tijdens het derde trimester van de zwangerschap verminderen het risico op wheezing en astma bij kinderen.
Bij kinderen met ernstig astma bestaat er een verband tussen de aanwezigheid van mastocyten in de submucosa enerzijds en exacerbaties en eosinofiele ontsteking anderzijds.
De concentratie LTB 4 in opgewekte sputa vertoont een correlatie in stappen 1 en 3 van de behandeling, maar niet in stap 2.
De invloed van obesitas bij kinderen op astma verschilt naargelang het gaat om de ziektecontrole dan wel om het risico op exacerbaties.
E-monitoring kan de therapietrouw bij astma bij kinderen verhogen.
Een lage vitamine D-spiegel gaat gepaard met meer astma-aanvallen bij kinderen en volwassen met astma. Recent is geopperd dat dat in verband zou kunnen staan met een lagere frequentie van rinofaryngitis. De cochranestichting heeft dat idee onder de loep genomen.
Paracetamol zou exacerbaties uitlokken bij kinderen met astma. Is deze beschuldiging gegrond?
De moderne wereld vaarwel zeggen en voluit kiezen voor een traditioneel leven op het platteland wordt meestal als een goede vorm van astmapreventie beschouwd. Maar zo eenvoudig ligt het niet.
Dupilumab verbetert de longfunctie bij patiënten met een astma dat niet onder controle is met inhalatiecorticosteroïden plus een langwerkende bèta-2-agonist.
De maatregelen die 25 jaar geleden in het zuiden van California zijn genomen om de luchtvervuiling te verminderen, hebben de symptomen van bronchitis bij kinderen significant verlaagd.
Bij patiënten met allergisch astma door allergie voor huismijten dat onvoldoende onder controle is met inhalatiecorticosteroïden, verbetert toevoeging van een sublinguaal immunotherapeutisch middel aan de onderhoudstherapie de tijd tot de eerste exacerbatie bij het verlagen van de dosering van de inhalatiecorticosteroïden.
De diagnose van astma wordt gesteld op grond van een anamnese en een longfunctieonderzoek (waarvan de beperkingen bekend zijn). Een recente ontdekking zou daar in de nabije toekomst verandering in kunnen brengen.
Een studie die in het European Respiratory Journal gepubliceerd is, wijst in elk geval op een verband tussen die twee. Maar dat hoeft niet oorzakelijk te zijn…
Zwangere vrouwen met astma hebben een hoger risico op complicaties tijdens de zwangerschap en ook hun kinderen dreigen later meer problemen te krijgen. Een Amerikaanse studie toont nu aan dat luchtvervuiling ook het risico op vroeggeboorte verhoogt.
Nieuwe gegevens wijzen erop dat paracetamol zelf — en niet de reden waarom zwangere vrouwen of jonge kinderen dat middel innemen — de verklaring vormt voor het latere optreden van astma bij de kinderen.
Het verhaal is bekend: luchtvervuiling correleert met een slechtere longfunctie bij kinderen. Maar hoe zit het zodra die kinderen adolescenten worden?
Aandacht voor de kenmerken en aspecten die voor elke patiënt afzonderlijk gelden en waar we iets aan kunnen doen.
De regulerende Th17-cytokines remmen de apoptose van fibroblasten onder invloed van corticoïden, wat schadelijk zou kunnen zijn bij een chronische inflammatoire longziekte.
De rijping van eosinofielen in de luchtwegen wordt geregeld door IL-5 en lijkt een rol te spelen in de pathogenese van ernstig eosinofiel astma.
Onze Schotse collegae hebben een populatieonderzoek uitgevoerd waarin ze het effect van een keizersnede op de gezondheid van het kind hebben vergeleken met dat van een bevalling via vaginale weg. Ze geven een voorzichtig antwoord.
Analyse van de voedingsgewoonten van een steekproef uit de volwassen Portugese bevolking wijst erop dan een mediterraan dieet kan beschermen tegen astma.
De aanwezigheid van een hoog aantal eosinofiele granulocyten in opgewekte sputa is een bekende predictieve factor voor een minder goede astmacontrole en een hoger risico op exacerbaties. Geldt dat ook voor eosinofilie in het bloed?
Een meta-analyse van vier prospectieve cohortonderzoeken bij pasgeborenen toont aan dat luchtvervuiling het optreden van astma tijdens de kinderjaren en de adolescentie in de hand kan werken.
Baby’s van 3 maanden oud die in hun darmen slechts een kleine hoeveelheid van bepaalde types courante darmbacteriën hebben, lopen meer risico om op jonge leeftijd tekenen van astma en allergie te ontwikkelen.
Een groep met onder meer 9 vorsers van de VIB en de UGent is erin geslaagd om een oorzakelijk verband aan te tonen tussen blootstelling aan een landelijke omgeving en bescherming tegen astma en allergie.
Longartsen moeten misschien meer oog hebben voor inflammatoire darmaandoeningen…
Ondanks gunstige preklinische en epidemiologische observaties blijken de antioxiderende eigenschappen van de isoflavonen van soja slechtgecontroleerd astma niet te verbeteren.
Predisponeert astma tijdens de kinderjaren tot psoriasis?
Een groep uit Quebec heeft een correlatie waargenomen tussen de productie van CCL26 door de cellen van het bronchiale epitheel, het aantal eosinofielen in de sputa en de ernst van astma.
Bestaat er een fenotype van astma bij vrouwen? En zo ja, wat zijn dan de specifieke kenmerken ervan? Samenvatting van een presentatie door prof. Chantal Raherison (CHU van Bordeaux) in het kader van het laatste ‘Congrès de Pneumologie de Langue française’ (CPLF, Marseille, 31 januari-2 februari 2014).
Volgens een longitudinale studie bestaat er een verband tussen de inname van vitamine D en E tijdens de zwangerschap en het risico op astma bij het kind.
Welke mechanismen verhogen het perinatale risico bij vrouwen met astma? Moeten we de nefaste perinatale effecten van het gebruik van geneesmiddelen tegen astma vrezen? Hoe kunnen we de behandeling van zwangere vrouwen met astma verbeteren? De vragen zijn eenvoudig, de antwoorden omstandig. We geven een overzicht van Michael Schatz (Department of Allergy bij Kaiser Permanente, San Diego) weer, dat opgesteld werd in het kader van het congres van de Europese vereniging voor pneumologie (ERS) in Barcelona in september van dit jaar. Published ahead of print.
Twee recente reviews hebben het belang van disfunctie van de kleine luchtwegen in de fysiopathiologie van astma bevestigd. Dit wordt geassocieerd met een minder goede astmacontrole, een hoger aantal exacerbaties, nachtelijk astma, inspanningsastma, en een meer uitgesproken bronchiale hyperreactiviteit. Door een formulatie met extrafijne deeltjes te gebruiken, trachten we zowel de grote als de kleine luchtwegen zo efficiënt mogelijk te behandelen.
Niet-steroïdale ontstekingsremmende middelen (NSAID’s) veroorzaken vrij vaak acute astma-aanvallen en verhogen de morbiditeit van astma.
Bij astmalijders gaat hoge eosinofilie gepaard met een ernstige ziekte-expressie en een hoger risico op astma-aanvallen. We weten sinds 2009 dat remming van interleukine-5 soelaas biedt.
Mensen die in een stedelijke omgeving wonen, zouden gemakkelijker astma krijgen. Juist of fout?
Vitamine D-supplementen kunnen nuttig zijn bij bepaalde vormen van niet-atopisch astma met een sterke eosinofiele component.
Bijna 20% van de astmalijders zal een nieuwe aanval ontwikkelen enkele maanden na opname op de spoedgevallendienst. Een Canadese groep trachtte te achterhalen welke factoren een recidief voorspellen.
Een studie in het land van Uncle Sam heeft het nut van bariatrische chirurgie bij zwaarlijvige astmalijders geëvalueerd. De resultaten blijken vrij overtuigend te zijn.
Astma is een syndroom met meerdere, verschillende ziektebeelden in functie van de leeftijd (baby’s, kinderen, volwassenen), de uitlokkende factoren, de ontstekingskenmerken (eosinofielen, neutrofielen), het terrein (aanwezigheid van een hartaandoening, overgewicht), de omgeving (beroep, allergenen, primair of secundair roken) en de – door de ernst van de ziekte – vereiste therapeutische druk. Dit betekent ook dat de behandeling goed doordacht moet zijn, benadrukt Laure Couderc (Rouen) in het kader van een sessie specifiek gewijd aan kinderen tijdens het Congrès de Pneumologie de Langue Française 2015. Published ahead of print.
Het NO-gehalte in de uitgeademde lucht bij zuigelingen met eczeem correleert met de aanwezigheid van astma op de leeftijd van 5 jaar.
Een prospectieve populatiestudie bevestigt het verband tussen astma en slaapapneusyndroom.
[Naar de uiteenzetting van prof. Frédéric de Blay (Pneumologie, allergologie et pathologie respiratoire de l’environnement, Hôpitaux Universitaires de Strasbourg), tijdens de 14e Journée du Cercle de Pneumo-Allergologie de Langue Française (CPALF), oktober 2014] De literatuurgegevens over het vermijden van allergenen zijn vrij heterogeen. Er is een verschil naargelang het gaat om primaire, secundaire of tertiaire preventie. Het blijkt belangrijk te zijn binnenhuisadviseurs bij de patiënten thuis te sturen. Fenotypering van het astma en een betere beschrijving van het type woning zullen het beleid in de toekomst hopelijk verbeteren. Published ahead of print.
Naar een klinisch geval voorgesteld door Prof. Olivier Vandenplas (CHU Mont-Godinne, UCL), Cercle de Pneumo-Allergologie de Langue Française (CPALF), mei 2014. Gaston, 43 jaar en ex-roker, komt op consultatie wegens een onderdrukte en piepende ademhaling en rinoconjunctivitis. Hij wordt naar behoefte behandeld met een bronchusverwijder. Zijn symptomen verbeteren ’s nachts en in de weekends. Published ahead of print.
[1. Institut de recherche en sciences psychologiques, UCL, Louvain-la-Neuve. 2. Dienst pediatrische hematologie en oncologie, Clin Univ St-Luc, Brussel. 3. Institut de recherche en sciences psychologiques, UCL, Louvain-la-Neuve. 4. Fonds National de la Recherche Scientifique, Brussel. 5. Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, KU Leuven. 6. Dienst Pediatrie, Centre Hospitalier Universitaire Dinant Godinne (site Godinne), UCL, Yvoir] Astma is een chronische inflammatoire aandoening van de luchtwegen. Momenteel is dit bij kinderen en jongeren de meest voorkomende chronische aandoening. Behalve de lichamelijke symptomen die ermee gepaard gaan (zoals buiten adem zijn en hoesten), kan astma ook de levenskwaliteit van het kind en zijn gezin beïnvloeden. Niet alle kinderen en jongeren gaan echter op dezelfde manier met hun astma om. Om een beter inzicht te krijgen in de factoren die meespelen bij de manier waarop jongeren zich aan astma aanpassen, hebben we een belangrijk deel van ons onderzoek gewijd aan emotionele intelligentie. Dat is de mate waarin een individu in staat is zijn eigen emoties en die van anderen te differentiëren, uit te drukken, te begrijpen, te gebruiken en te beheersen... Published ahead of print.
Bart Lambrecht interesseerde zich meer bepaald voor de rol van dendritische cellen. Dankzij zijn onderzoek begrijpen we beter welke rol deze cellen spelen bij het herkennen van allergenen. Het toonde ook aan dat de dendritische cellen betrokken zijn bij de persistentie van astma (als ze verdwijnen uit de luchtwegen, lijken de ontsteking en de symptomen te beteren), maar sommige ervan kunnen de allergische reactie afremmen...
Inspanningsastma is de meest voorkomende aandoening bij kinderen. Kan sport astma uitlokken? Kan het kinderen met astma helpen? Kan sporten een vorm van revalidatie zijn? Wat zijn de verbanden tussen astma en topsport? Veel vragen, waarop Henriette Dhivert Donnadieu (Montpellier) een antwoord gaf in het kader van het jaarlijkse congres van de Abeforcal (Association Belge de Formation Continue en Allergologie). Zij benadrukte de noodzaak van het opnieuw trainen van het inspanningsvermogen door de begeleide beoefening van een sportactiviteit om de levenskwaliteit te verbeteren.
Ernstige astma is zo complex dat verschillende experts en geleerde genootschappen hun krachten hebben gebundeld om de eigenschappen van deze aandoening nader te omschrijven. De eerste Belgische gegevens zijn intussen beschikbaar. Wat leren ze ons over het profiel van de patiënten, de spirometrieveranderingen, de eigenschappen van de ontsteking, de dagelijkse controle van de aandoening, de levenskwaliteit en de verbanden tussen die verschillende parameters?
[* Dienst Pneumologie en Allergiecentrum, Clin univ. St.-Luc, UCL, Bruxelles - 12e journée du Cercle de Pneumo-Allergologie de la Langue Française, 29 september 2012] Het begrip ‘astma’ is sterk geassocieerd met ‘atopische’ overgevoeligheid voor antigenen uit de omgeving. Die overgevoeligheid wordt gemedieerd door IgE-antistoffen, waarvan de aanmaak wordt gestimuleerd door Th2-lymfocyten, die ook de rekrutering van eosinofielen en basofielen/mastocyten stimuleren. Maar er bestaat ook een niet-atopische (intrinsieke) vorm van astma, waarvan de fysiopathologie nog steeds grotendeels onbekend is. Bij intrinsiek astma wordt een lokale productie van specifieke IgE-antistoffen aangetroffen. Dat doet de vraag rijzen naar de rol van atopie in de genese van astma en de ontwikkeling van exacerbaties.
Ondanks de hoge prevalentie van wheezing (piepende ademhaling) tijdens de eerste twee levensjaren, verloopt de behandeling van deze aandoening op een weinig systematische manier.
BHL Vol. 30 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...