Vrouwen met het polycysteusovariumsyndroom vertonen vaak insulineresistentie. De oorzaak daarvan is nog niet duidelijk. Wel weten we dat insulineresistentie een belangrijke rol speelt bij de pathogenese van de metabole afwijkingen, die vaak worden gezien bij die vrouwen en die in grote mate verantwoordelijk zijn voor de medische belasting die het syndroom meebrengt.
15th World Congress on Menopause (Praag, 28 september – 1 oktober 2016) Volgens een panel van experts (gynaecologen, endocrinologen, pediaters en echografisten) die in 2003 zijn samengekomen, wordt het polycysteus-ovariumsyndroom gekenmerkt door de combinatie van minstens twee van de volgende drie klinische verschijnselen: hyperandrogenisme, hypo-/anovulatie en polycystische ovaria op de echografie. Maar die definitie liet veel vragen onbeantwoord, met name over de relevantie van de diagnostiek (de gebruikte criteria zijn niet robuust), de benaming van deze aandoening (de ziekte is in wezen metabool na de menopauze, terwijl ze bij adolescenten en op volwassen leeftijd gynaecologisch is) en over de uitkomst en prognose van de aandoening. In 2012 werd de definitie herzien, maar de experts konden ze niet verbeteren en kwamen wat de diagnostische criteria betreft tot dezelfde conclusies...
Het polycysteusovariumsyndroom omvat een reeks verschijnselen die wijzen op afwijkingen van de voortplantingsfunctie en van het metabolisme, waarbij afwijkingen van het androgeenmetabolisme en insulineresistentie een rol spelen.
BHL Vol. 30 Nr. 1
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...