Het 4th Belgian Congress on Acute Cardiac Care vond plaats in Brussel op 6 juni.
Enkele hoogtepunten.
De komst van de stollingsremmers wordt beschouwd als een belangrijke therapeutische vooruitgang. Het gebruik ervan in acute situaties kan echter delicaat zijn. Welk beleid moet er gevoerd worden in geval van acuut coronair syndroom bij een patiënt onder NOAC’s, conversie, een bloeding of een chirurgische ingreep? Het 4th Belgian Congress on Acute Cardiac Care (juni 2014) was voor professor Peter Sinnaeve (UZ Leuven) de ideale gelegenheid om een stand van zaken op te maken. Published ahead of print.
Toedieningsschema voor clopidogrel, P2Y12-inhibitoren van de derde generatie, bivalirudine als alternatief voor niet-gefractioneerde heparine, cangrelor, rivaroxaban na acuut coronair syndroom, duur van de plaatjesremmende behandeling, ontstekingsremmers, intensifiëring van de cholesterolverlagende behandeling… Het ontbreekt de acute cardiologie niet aan nieuwe concepten, die ook uiteenlopende nieuwe vragen oproepen. Professor Marc Sabatine (Harvard Medical School, Boston) praat met ons over zijn observaties. Published ahead of print.
Volgens professor Peter Sinnaeve (UZ Leuven) vormen de NOAC’s (“Nieuwe orale anticoagulantia”) een erg belangrijk onderwerp. Deze worden immers steeds meer gebruikt en roepen in acute situaties zeer specifieke vragen op.
Professor Jean-Louis Vincent (Erasmus Ziekenhuis) gaat dieper in op een specialiteit van het Erasmus Ziekenhuis: de oprichting van een ‘shock-laboratorium’. Personeelsleden van de dienst spoedgevallen en de dienst intensieve verzorging werken hier samen aan een snellere en meer efficiënte aanpak van patiënten die in shock verkeren.
Professor Jean-Louis Vincent (Erasmus Ziekenhuis) was de laatste spreker op deze namiddag gewijd aan acute hartinsufficiëntie. Zijn uitzetting ging meer bepaald over de acute hartinsufficiëntie als complicatie bij patiënten die in kritieke toestand verkeren. In dit interview gaat hij dieper in op het soms lastige gebruik van diuretica bij patiënten met een longoedeem.
Bij het voorkomen van auriculaire fibrillatie bij een patient onder NOAC’s kan een angioplastie wel eens noodzakelijk zijn. Is de combinatie met een conventionele behandeling met plaatjesaggregatieremmers in dit geval mogelijk en veilig? Kan men de behandeling met acetylsalicylzuur opheffen of zich richten tot de nieuwe inhibitoren P2Y12? Wat denkt professor Willem Dewilde (Breda, Nederland) hiervan?
Schrijf u gratis in op onze wekelijkse nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws en nog veel meer ...